De IPM is een cruciaal onderdeel dat de stroomtoevoer naar de compressor regelt. Een te hoge temperatuur kan worden veroorzaakt door overbelasting, slechte koeling of een defect in de IPM zelf. Sensoren bewaken de temperatuur van de IPM en rapporteren deze aan de hoofdcontroller. De P50-fout wordt geactiveerd wanneer de temperatuur een vooraf ingestelde drempel overschrijdt. Adequate luchtstroom rond de buitenunit is essentieel voor warmteafvoer. De IPM is gevoelig voor spanningsschommelingen, die in Nederland kunnen voorkomen (controle via NEN1010). Correcte werking vereist communicatie met de printplaat van de warmtepomp, die mogelijk gevoelig is voor interferentie van nabijgelegen Z-Wave of Zigbee-apparaten.