Oplossing:
-
1Schakel de warmtepomp uit via de werkschakelaar (conform NEN 1010). Controleer of de spanning daadwerkelijk is uitgeschakeld met een multimeter.
-
2Inspecteer visueel het ventilatorrooster op loszittende bevestigingen, scheuren of vervormingen. Draai schroeven aan of vervang beschadigde clips.
-
3Reinig het ventilatorrooster en de ventilator zelf van vuil, bladeren of ijsvorming. Gebruik een zachte borstel of stofzuiger.
-
4Controleer of de ventilator vrij kan draaien en geen onbalans vertoont. Indien nodig, balanceer de ventilator of vervang deze.
-
5Plaats trillingsdempers (rubberen ringen of pads) tussen het ventilatorrooster en de behuizing om resonantie te verminderen.
-
6Overweeg een windscherm of deflector om de directe blootstelling aan wind te verminderen. Zorg ervoor dat de luchtstroom niet belemmerd wordt.
-
7Herstart de warmtepomp en observeer of het rammelende geluid is verdwenen.