Aanbevolen actie:
-
1Controleer de luchtfilters en reinig of vervang ze indien nodig.
-
2Inspecteer de condensor op ijsvorming. Indien aanwezig, ontdooi deze voorzichtig (raadpleeg handleiding).
-
3Controleer of de ventilatieopeningen rond de buitenunit vrij zijn van obstructies (sneeuw, bladeren, etc.).
-
4Laat een gecertificeerde installateur de koudemiddeldruk controleren en eventueel bijvullen (niet zelf doen vanwege F-gassen regelgeving).
-
5Laat de temperatuursensoren controleren en indien nodig vervangen.
-
6Controleer de instellingen van de warmtepomp en pas deze aan de winterse omstandigheden aan (raadpleeg handleiding).
-
7Reset de warmtepomp door de stroomtoevoer gedurende 30 seconden te onderbreken (werkschakelaar).